|
De platenspeler
Een platenspeler bestaat uit een aantal hoofdonderdelen die zeer kwaliteitsbepalend zijn.
Het draaiplateau moet ronddraaien met een contstante snelheid en mag geen eigen trillingen hebben,
om dat doel te bereiken zijn deze vaak zwaar uitgevoerd. Ook de klank wordt beïnvloed door
dit plateau omdat resonanties kunnen optreden die door de naald worden opgepikt, deze resonanties
kunnen ontstaan door de aandrijving, trillingen van buitenaf of door trillingen in het signaal van
de plaat zelf. Wanneer dit optreedt resulteert dit in een onrustige weergave (vergelijk een
(goedkope) lichte draaitafel). Een goede platenspeler heeft een zwaar en resonantie vrij plateau.
De aandrijving kan op drie manieren plaatsvinden:
Via een tussenwiel: dit het oudste principe waarbij een motor zijn kracht
overbrengt via een tussenwiel, dit principe veroorzaakt vrij veel rumble maar bij de betere
platenspelers was dit probleem redelijk onder controle. Bij LENCO was er nog een aparte variant
hierop. Het tussenwiel en motor as werd hier niet horizontaal, zoals gebruikelijk, maar
verticaal gemonteerd! Door een
conische as toe te passen op de motor ontstond er een traploos regelbare toerental regeling
van 16 tot 78 toeren, doordat het plateau zeer zwaar was (4Kg) was de demping van motortrillingen
nog behoorlijk goed. Desondanks blijven de nadelen van tussenwielaandrijving is het vrij hoge
rumbleniveau en problemen met de constante snelheid bij slijtage van dit tussenwiel.
Via snaar aandrijving: Een eenvoudige methode die goed werkt, probleem is nog
de toerental omschakeling wanneer deze mechanisch wordt gerealiseerd. Meestal gaat dit met een
vorkje dat de snaar om een deel van de motorpoelie met een andere diameter legt.
Ook wordt de draaisnelheid van de motor vaak electronisch
omgeschakeld door toepassing van DC motoren, nadeel hiervan is weer dat DC motoren vaak niet zo
stil zijn als de AC motoren, maar er zijn hierop uitzonderingen.
Bij High end platenspelers zien we steeds meer een motor geheel buiten de platenspeler die
het plateau aan de buitenrand aandrijft met een snaar...simpeler kan niet!
Direct Drive: Dit systeem kwam begin jaren '70 in ontwikkeling waar bij het plateau as
direct op een langzaam lopende motor zit. Lang werd dit als het ei van Columbus beschouwd, maar al gauw
bleek dat dit ook niet ideaal was. De motor was niet trillingsvrij en gaf deze direct door aan het
plateau. Toch zijn er zeer goede draaitafels met dit principe gebouwd zoals de nog steeds
bekende TECHNICS SL1200! Uiteraard is hierbij ook weer een behoorlijk zwaar plateau toegepast.
Concluderend kunnen we stellen dat de snaar aandrijving vandaag de dag hat allerbeste is, hetgeen
we ook terug vinden in vrijwel alle High End draaitafels, zoals de LINN LP12.
Een ander belangrijk onderdeel is de toonarm. Een ideale toonarm zorgt ervoor dat het element
de groef volgt met een contstante naaldkracht en zonder ongewenste zijwaartse krachten. Ook dient het element
haaks op de groef richting te staan. Met de normale toonarm lukt dit niet zo goed.
Doordat de arm rond een draaipunt draait ontstaat hier altijd een fouthoek, er is maar één plek waarbij de
de fouthoek 0º is. De vorm van de arm is dusdanig gekozen dat de fouthoek zo klein mogelijk is
waardoor het element altijd onder een zekere hoek ten opzichte van het verlengde van de arm gemonteerd is.
Door de hoek onstaat het probleem dat een zijwaardse kracht optreedt. De wrijvingskracht van de naald in de
plaat wordt door de schuine stand van de kop deels naar binnen gericht. Anders gezegd: de wrijvingskracht
kan worden onbonden in een kracht die in het verlengde van de arm ligt en een kracht die hier loodrecht op
staat, gericht naar de binnenste groefwand ! Dit wordt opgelost door toepassing
van dwarsdrukcompenstie. Dit is vaak uitgevoerd met een gewichtje dat wordt opgetrokken door het naar
het midden bewegen van de toonarm.
De tangentiale arm, met fouthoekloze aftasting, leek de oplossing voor de bovengenoemde problemen.
Toch is dit geen groot succes geworden omdat er weer nieuwe problemen ontstonden die nog erger waren dan
de eerder genoemde problemen. Het verticale draaipunt van de arm wordt verschoven via een mechanisch
systeem waardoor de naald steeds recht op de plaats rust, maar dat mechanisme geeft opnieuw kleine tril
lingen, mede door de aandrijving veroorzaakt, door aan de arm.
High End platenspelers worden vaak zonder toonarm geleverd zodat de gebruiker zelf kan kiezen
welke arm erop komt.
Elke platenspeler moet ook goed gedempt worden voor trillingen van de motor of van buitenaf.
Bij snaar aangedreven platenspelers wordt hier vaak een subchassis gebruikt waarop plateau en arm
gemonteerd zitten (voorbeelden zijn Thorens en Philips). Bij direct drive en tussenwiel aandrijving
is alles op een chassis gemonteerd die op losse dempers staat. Bij een subchassis ontstaat een zeer
goede ontkoppeling van de motor omdat deze niet op het subchassis gemonteerd is maar op de basis.
De kwaliteit van de demping verschilt enorm, in top draaitafels zitten soms magnetische dempers welke
zeer effectief zijn. Ook zijn er losse dempers te koop.
Vinylzone
De Grammofoonplaat
Afstellen Toonarm
Elementen
Onderhoud
RIAA voorversterkers
|