VINYL ZONE

Het afspelen van vinyl

Het afspeelprincipe van de grammofoonplaat is sinds de eerste uitvoering ervan door Thomas Alva Edison in 1877 niet veranderd: een naald tast de kronkelingen in een groef af van een draaiende rol of plaat. Er is dus letterlijk sprake van "gestold geluid". Desondanks hebben de platen en de aftasters de daaropvolgende 100 jaar spectaculaire technische ontwikkelingen doorgemaakt, terwijl de ontwikkeling van betere draaitafels, armen en elementen tot op de huidige dag voortduurt. Hier willen we aandacht besteden aan de verschillende platen die er bestaan en hoe deze met de beste resultaten kunnen worden afgespeeld. Verder gaan we in op onderhoud en reiniging van zowel de platen als de afspeelapparatuur.

Soorten platen
De belangrijkste plaattypen zijn:

- 78 omw/min (schellak)plaat. Dit zijn de oudste platen die door het grote publiek werden beluisterd. Veel verzamelaars hebben hiervan een respectabel aantal exemplaren, soms met uiterst zeldzame opnamen. Deze plaat werd wegens haar breekbaarheid en beperkte speelduur - slechts zo'n vijf minuten per kant - na 1945 opgevolgd door de microgroefplaat.
- 33 1/3 omw vinyl "medium play" plaat. Deze hadden een smallere groef (daarover verderop meer) en waren van het onbreekbare vinylite. Deze platen hadden een doorsnede van 25cm en een speel duur van circa 16 minuten per kant.
- 33 1/3 omw vinyl LP. Deze hadden dezelfde microgroef en een nog langere speelduur doordat ze een doorsnede van 30cm hadden, zoals de huidige stereo LP.
- De huidige 33 1/3 omw vinyl stereo LP. Dezelfde als bovengenoemde LP, maar nu met een 'stereogroef' en gesneden volgens het 45/45 stereosysteem.

Ook zijn er 45 omw/min singles en 'extended play' plaatjes, in zowel microgroef als stereo uitvoering. Daarnaast werden er ten behoeve van spraak (taalcursussen) ook 16 toeren platen geperst, waarop hier verder niet in wordt gegaan.

Frequentiecorrectie
De snijbijtel maakt, bij gelijkblijvende amplitude van het elektrische signaal, voor lagere frequenties evenredig grotere uitwijkingen. Dit brengt de problemen, dat de groeven bij sterke lage frequenties zo een grote uitwijking zouden hebben dat deze in elkaar zouden lopen, terwijl de hogere frequenties zouden verdwijnen in de ruis van de plaatkorrel. Om dit te ondervangen wordt voor de lage en hoge frequenties een correctie op de amplitude toegepast die hierin bestaat dat de lagere frequenties worden afgezwakt en de hoge versterkt. Voor de LP's van de laatste 25 jaar is dit bijna altijd volgens de in de RIAA norm vastgelegde karakteristiek. Daarvoor paste iedere maatschappij eigen karakteristieken toe, die soms ook nog per tijdvak en plaatsoort konden verschillen. Op dit moment zijn we op zoek naar volledige gegevens van de verschillende oude correctiestandaarden. Binnenkort hopen we karakteristieken op de site te krijgen. Van de ons bekende karakteristieken kan worden opgemerkt dat deze, uitgezonderd de zeer oude, op 78t platen toegepaste correctie, meestal redelijk in de buurt van de RIAA karakteristiek liggen. Dit wil zeggen dat er meestal alleen een (klein) verschil in de tijdconstanten zit.

Verschillende groeven
Bij de genoemde plaattypen is er sprake van 3 verschillende groefstandaarden, namelijk de standaardgroef (breedte 120u en afrondingsradius 60u, toegepast voor 78t platen), de microgroef (55u, afrondingsradius 25u) en de stereogroef (40u en afrondingsradius 15u). Voor de beste resultaten hoort een plaat dan ook te worden afgespeeld met een naald van het correcte type. In principe kan met een stereonaald een monoplaat worden afgespeeld en dit wordt dan ook vaak gedaan, maar als gevolg van het dieper in de groef wegzakken ligt het raakpunt met de groefwanden lager waardoor de vervorming toeneemt en stof op de groefbodem meer ruis veroorzaakt. Sommige elementfabrikanten, van Grado en Shure weten we dit, maken voor deze toepassing dan ook microgroef- en standaardnaalden.
Zo gemakkelijk als het afspelen van monoplaten kan zijn, zo moeilijk is het omgekeerd: met een mononaald kan een stereoplaat niet worden afgespeeld daar het bijbehorende cantilever meestal alleen de horizontale bewegingen volgt. Voor de verticale bewegingen wordt de groef dus gegraveerd. Helaas werd dit vroeger uit onwetendheid of zuinigheid gedaan met toenmalige mono-pickupjes waarmee menig kostbare stereo-lp is verwoest.

Naaldtypen
De naalden die tegenwoordig, de laatste 30 jaar, worden toegepast zijn gemaakt van geslepen diamant. Saffier komt soms nog voor, met name die van het microgroef type (mono) in oudere elementypen en verder in oudere low-budget keramische elementen. Voor het laatste elementtype geldt zonder meer het advies: niet (meer) gebruiken daar deze een zeer geringe kwaliteit hebben en bovendien een vele malen hogere plaatslijtage veroorzaken dan de MM (moving magnet) en MC (moving coil) typen.

De ontwikkeling van de naalden heeft zich na de "stereo"-naald verder voortgezet met betrekking tot de vorm van de diamant. Standaard heeft deze een conische of sferische vorm. Dit is betrekkelijk eenvoudig te fabriceren en daardoor niet erg duur.
Een voortzetting hiervan is de elliptische naald, die de lange zijde dwars tussen de groefwanden heeft liggen, zodat de afstand van voor- naar achterzijde kort is. De naald is hierdoor beter dan de sferische naald in staat om de groefmodulatie van hoge frequenties te volgen. De sferische naald kan hier bij forse amplitudes 'vast' lopen waardoor het zgn. knijpeffect ontstaat. De naald wordt omhooggedrukt met als gevolg vervorming. Een ander voordeel van elliptische naald is dat de vorm, van de voorzijde bezien, de vorm van de snijbijtel beter benadert. Dit uit zich in een groter contactoppervlak, waardoor de naaldkracht over een groter oppervlak wordt verdeeld en de plaatslijtage dus wordt verminderd. Een hieruit voortkomend nadeel is de grotere gevoeligheid voor vuil en beschadigingen van de groef.
Gebaseerd op de elliptische naald is de "Line contact" of Shibata naald, soms ook hyperellyptisch genoemd. Deze naald, die van origine bedoeld was voor quadrofonische platen, heeft min of meer de vorm van een komma. Voordeel is het verder verbeterd contactoppervlak waardoor levensduur van zowel naald als plaat toenemen, maar de afregeling moet, wil dit zinvol zijn, nog nauwgezetter zijn dan bij de andere naaldtypen.
Tot slot is er de Van Den Hul naald, ook microline genoemd. Het betreft hier een zeer recent en verfijnd naaldtype dat is onwikkeld om de aftastvervorming tot een minimum te reduceren, en tegelijkertijd te profiteren van groot contactoppervlak. Dit is de top op het gebied van naalden.

Slijtage en vervanging
Grofweg veroorzaakt de naaldkracht op de twee microscopisch kleine contactvlakken in de groef een druk van zo'n 1000 kilogram per vierkante cm! Daarbij is de wrijving, ondanks het gladde oppervlak van de diamant, zo groot dat de temperatuur van naald en groefoppervlak ter plekke ver boven de 100 graden komt waardoor het vinyl ter plekke smelt! Onder deze omstandigheden moet de naald voor een gemiddelde lp een weg van ongeveer 900 meter afleggen. Het is daarom niet verbazingwekkend dat ook de naald aan ten minste enige slijtage onderhevig is.

Door een aantal zaken in de gaten te houden kan de levensduur aanzienlijk verlengd worden, maar zelfs dan is de levensduur beperkt tot zo'n 600 tot 1000 speeluren. Bij gemiddeld gebruik kan dus een levensduur van 1 tot 2 jaar worden verwacht.
Om dit te bereiken is het belangrijk dat de plaat schoon is: stof zal zich als een schuurmiddel gedragen dat langzaam maar zeker het groefoppervlak aan reepjes trekt en de hoge tonen vervangt door knisperend gekraak... Verder is zojuist reeds opgemerkt dat het smeltpunt van vinyl wordt gehaald, zodat stofdeeltjes zich vasthechten aan de groef waardoor reiniging weinig effect heeft. Door de toegenomen wrijving neemt ook de naaldslijtage toe.
Vroeger beschikten de audiospeciaalzaken over een naaldmicroscoopje waarmee de staat van de naald kon worden bekeken. Hoewel dit in sommige zaken nog steeds mogelijk is zal dit veel vaker niet mogelijk zijn. Het is dan moeilijk om te bepalen of een naald aan vervanging toe is. Misschien is het handig om bij te houden hoe lang een naald in gebruik is zodat in ieder geval een tijdstip kan worden bepaald dat vervanging nodig is, want op een moment dat de slijtage hoorbaar op begint te vallen is er soms al schade aangericht! Toch kan het geen kwaad om kritisch te zijn op vervorming in de hogetonen weergave, of ruis en tikjes die op een plaat voor het eerst hoorbaar worden. Als besloten wordt een naald te vervangen -uiteraard bij een element met vervangbare naald- is het eventueel het overwegen waard om naar een nieuw, beter element uit te kijken. Wij kunnen een groot assortiment aan zowel replacement naalden als elementen leveren, dus informeer hiernaar!

Vinylzone
De platenspeler
Afstellen Toonarm
Elementen
Onderhoud
RIAA voorversterkers